ONTSTAAN EN DOELSTELLINGEN

Ontstaan, doelstellingen en ontwikkelingen van Vriendenorganisaties.

Introductie
Het concept "Vrienden van…" is een fenomeen dat zich niet kort laat omschrijven en dat op vele terreinen binnen onze samenleving wordt toegepast.

De Federatie van Vrienden van Musea (NFVM) richt zich op vriendenorganisaties die zich zich te doel stellen, instellingen te steunen die zich inzetten voor het beheer en behoud van cultureel erfgoed, en dit erfgoed exposeren en/of toegankelijk maken voor het publiek. Zo'n instelling is veelal een museum, maar kan bijvoorbeeld ook archief, gebouw of tuin zijn. In het algemeen kan gesteld worden dat het bij het concept “Vrienden van…” gaat om een initiatief waarmee het bovenstaande wordt gesteund door een achterban. Deze steun uit zich over het algemeen in het genereren van donaties, maar ook andere vormen, zoals vrijwilligerswerk en promotionele activiteiten, komen veel voor. Soms is het verlenen van steun niet het eerste doel, maar staat het beleven en verdiepen van de gemeenschappelijke interesse en het onderling contact centraal.

De verschillende Vriendeninstellingen zijn zeer divers van aard en intentie.

  • sommige vriendenorganisaties zijn eigenaar van de museumcollectie, van het gebouw of van beide, andere organisaties hebben geen eigendommen;
  • er zijn organisaties die duizenden leden hebben, anderen hebben enkele tientallen leden (bij de meeste ligt het ledenaantal tussen de 100 en 400); enkele organisaties ondersteunen hun museum jaarlijks met bedragen van meer dan € 50.000,- , anderen kunnen dat slechts met veel bescheidener bijdragen doen;
  • sommige vriendenorganisaties hebben drie bestuursleden, andere soms meer dan vijftien;
  • sommige vriendenorganisaties zijn hecht betrokken bij de dagelijkse gang van zaken in het museum of organiseren veel activiteiten voor hun achterban, andere zijn alleen actief achter de schermen;
  • veel vriendenorganisaties richten zich met name op het werven van particuliere donateurs, er zijn echter ook vriendenorganisaties die zeer actief zijn met het werven van sponsors/bedrijfsvrienden of subsidies vanuit overheden en fondsen;
  • de meeste vriendenorganisaties werken geheel op basis van vrijwilligerswerk, er zijn er echter ook waar een betaalde kracht (al dan niet vanuit de museumorganisatie) in dienst is.
  • Ook de vorm waarin het concept "Vrienden van…" georganiseerd is, kent verschillende varianten. Vriendenorganisaties hebben meestal de vorm van een stichting of vereniging, deze vormen zijn ongeveer gelijkelijk vertegenwoordigd.

Kortom: het fenomeen "Vrienden van musea" uit zich zo divers als de museumwereld zelf.

Doelstellingen van vriendenorganisaties
De meest voorkomende doelstellingen van Vriendenorganisaties zijn:

  • creëren van maatschappelijk draagvlak voor het museum;
  • verschaffen van financiële steun;
  • organiseren van vrijwilligerswerkzaamheden;
  • klankbord zijn voor het museum: wat leeft er bij de achterban c.q. de burgerij;
  • stimuleren van schenkingen en legaten;
  • promotie van het museum.

Vaak dienen vriendenorganisaties meerdere doelen en ontwikkelen deze zich door de tijd. Een vriendenorganisatie met een eigen rechtsvorm (b.v. stichting of vereniging) neemt een onafhankelijke positie in. Haar doelstelling is echter een afgeleide van het museum waaraan zij steun verleent, zij zal zich bij de vervulling ervan moeten richten op de belangen van het museum!

Ontstaan van de vriendenorganisaties
Een eerste inventarisatie door de Federatie resulteerde eind jaren '90, in een overzicht van ruim 550 museum-vriendenorganisaties in Nederland met in totaal ruim 200.000 donateurs. De oudst bekende vriendenorganisatie werd opgericht in 1842 en sindsdien ontwikkelen vriendenorganisaties zich voortdurend. De redenen voor het oprichten van een vriendenorganisatie zijn divers en lopen vaak parallel aan de ontwikkelingen binnen de museumwereld.

Op 26 november 1842 werd in Dordrecht de "Vereeniging Dordrechtsch Museum" opgericht, de eerste vriendenvereniging in Nederland. Het was een vereniging die na korte tijd een eigen museum leidde; de directeur kwam in dienst van de vriendenvereniging. Zo ging dat toen: eerst werd een vriendenorganisatie opgericht met het doel een collectie te vormen en daarna kwam het museum. De vriendenvereniging in Dordrecht is nog steeds eigenares van het grootste deel van de collectie van het museum.

Zo kan het nog gaan. Nog steeds komt het voor, dat een groep geïnteresseerden ergens in Nederland een nieuw museum wil opzetten en die groep begint dan met het oprichten van een vriendenorganisatie. Een recenter voorbeeld is de oprichting in 1986 van "De vrienden van het Jopie Huismanmuseum" in Workum, waarop vervolgens het museum zelf is opgericht.

Er zijn echter ook vriendenorganisaties opgericht uit andere beweegredenen. Daarvan gaf Prof. Dr. M. A. Bevers van de Erasmus Universiteit te Rotterdam een prachtig voorbeeld in zijn lezing voor de leden van de Federatie op 26 oktober 1991. Zijn verhaal is ook vandaag nog actueel.

"Uit de geschiedenis van de vriendenverenigingen blijkt dat orkestbestuur en orkestleden zelf een grote rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van deze vorm van particuliere steun. Zo is de Vereniging van Concertgebouw-Vrienden (1935) voortgekomen uit het Initiatiefcomité, bestaande uit belanghebbende musici, dat in 1934 een monsterconcert organiseerde in het Olympisch Stadion. De bedoeling daarvan was meer publiek te winnen voor het Concertgebouw." "Dergelijke comités waren ook bij andere orkesten in het land een bekend verschijnsel. Het kan bijna niet anders of de spreiding van deze sociale constructies is het resultaat geweest van afkijken en imiteren. Een recent voorbeeld van de oprichting van een vriendenvereniging als onderdeel van een overlevingsstrategie is de in 1990 gevormde stichting Vrienden van het Limburgs Symfonie Orkest in Maastricht. De zakelijke leiding van het orkest nam hiertoe zelf het initiatief en stelde ook de statuten voor de stichting op."
Wat voor de genoemde orkesten gold, geldt ook voor sommige vriendeninstellingen van musea: ze werden opgericht als onderdeel van een overlevingsstrategie of om financiële steun te bieden aan een geliefd instituut. Een goed voorbeeld is de Vereniging van Vrienden van de Amsterdamse Hortus (1986).

Maar er is nog een reden waarom vriendenorganisaties werden opgericht: namelijk om de naamsbekendheid van het museum te vergroten. In 1994 richtte de Vierde Ronde Tafel in Eindhoven de stichting "Vrienden van het Van Abbemuseum" op. Uit het verslag van de oprichtingsbijeenkomst de volgende zin: "De leden van de Ronde Tafel hebben op zich genomen om aan de faam van het museum ook meer regionale en nationale bekendheid te geven."

Een vierde reden waarom een vriendenorganisatie wordt opgericht, is de gemeenschappelijke interesse voor een bepaald onderwerp. Dat kan de plaatselijke of regionale geschiedenis zijn (bij voorbeeld bij de oprichting van oudheidkamers), de geschiedenis uit een bepaalde periode (bij voorbeeld het verzet), de liefde voor de natuur, voor vliegtuigen, enz. Die vrienden willen ook alles wat met hun interessegebied te maken heeft, verzamelen en daar groeit dan weer een museum uit of wordt een bestaand museum door gesteund. Eigenlijk is de doelstelling van deze groep een variatie op de doelstelling van vriendenorganisaties zoals we die in Dordrecht tegen kwamen, maar de vrienden zijn anders: enthousiastelingen die bij elkaar komen om over hun liefde te spreken.

Ontwikkelingen sinds 1980
In de jaren '80 begon bij de vriendenorganisaties het verschuiven van accenten zichtbaar te worden. Om dat duidelijk te maken gaan we weer terug naar de vriendenorganisatie van het Dordrechts Museum. In de zestiger jaren van deze eeuw neemt de gemeente Dordrecht de exploitatie van het museum voor haar rekening. Directeur en medewerkers komen dan in dienst van de gemeente. Dat was geheel in de lijn van de ontwikkeling van die tijd, waarin de Cultuurzorg als een overheidstaak werd gezien. ln die tijd trad de overheid op als belangrijkste financier van de musea. Daardoor hadden de musea relatief weinig zorgen.

ln de jaren '80 en '90 zien we de slinger weer naar de andere kant uitslaan: de overheid trekt zich terug uit de wereld van cultuur. 'Verzelfstandiging' werd het wachtwoord. Het begon bij het NOM, het Nederlands Openlucht Museum te Arnhem en vond zijn vervolg in de privatisering van de Rijksmusea. De trend sinds de jaren tachtig waarbij vriendenorganisaties een steeds belangrijker rol zijn gaan spelen, zet zich nog steeds voort. In deze tijd waarin 'het ondernemende museum' centraal staat, vormen vriendenorganisaties een belangrijk middel om het maatschappelijk draagvlak van het museum tastbaar te maken richting overheden en sponsors. Ook fungeren de vrienden als lobbyisten voor hun museum en vormen ze een primaire klantenkring in het marketingdenken van vele musea. Tenslotte vormen de donaties een steeds belangrijkere 'vaste' bron van inkomsten, naast de andere - vaak onzekere - bronnen van inkomsten van musea.

Met het toenemende belang van vriendenorganisaties voor het voortbestaan van musea is ook de behoefte ontstaan aan een ontmoetingsplaats voor bestuursleden van vriendenorganisaties om met elkaar in contact te komen en ervaringen te delen. Dit leidde in 1982 tot de oprichting van de Nederlandse Federatie van Vrienden van Musea.

Beleidsplan
Op 17 april 2010 werd door de ledenvergadering het beleidsplan 2010-2014 vastgesteld. 

Nederlandse Federatie van Vrienden van Musea Beleidslijnen 2010-2014
"Samen sterk in museumvriendenwerk"
U kunt hier het beleidsplan downloaden.

Statuten NFVM
U kunt hier de statuten downloaden.