|
In dit deel van de website wordt ingegaan op
-
De fiscale aspecten van een Vriendenorganisatie
-
De Algemeen Nut Beogende Instellingen.
-
De fiscale aspecten van een Vriendenorganisatie
Inleiding
Het is voor zowel musea als voor vriendenorganisaties van belang zo efficiënt mogelijk met hun financiële middelen om te gaan. Daarbij spelen fiscale aspecten ook een rol, waarop wij in dit hoofdstuk nader ingaan.
Achtereenvolgens worden de volgende belastingen op hoofdlijnen aan de orde gesteld.
1. de omzetbelasting;
2. de vennootschapsbelasting;
3. de loonbelasting en premies volks- en werknemersverzekeringen en
4. het schenkings- en successierecht.
In dit hoofdstuk wordt informatie van algemene aard gegeven over de behandelde fiscale aspecten, gebaseerd op de stand van de wetgeving en de rechtspraak zoals die de auteurs bekend was.
De fiscale gevolgen van transacties zijn afhankelijk van de feitelijke omstandigheden.
De algemene informatie die in dit hoofdstuk is opgenomen, zal dan ook in bepaalde gevallen niet zonder meer gebruikt kunnen worden voor het vinden van een oplossing.
Hoewel bij het samenstellen van dit hoofdstuk de uiterste zorg is nagestreefd, kan voor eventuele (tekst)fouten en onvolledigheden niet worden ingestaan en aanvaarden
auteur(s), redacteur(en) en/of uitgever deswege geen aansprakelijkheid.
Ofschoon dit artikel met de grootst mogelijke zorgvuldigheid tot stand is gekomen, mogen hieruit geen conclusies worden getrokken over individuele gevallen.
Ons algemeen advies luidt dat u, in geval van twijfel, in contact treedt met de belastinginspectie om overleg te voeren over uw concrete situatie.
1. Omzetbelasting
De omzetbelasting is verschuldigd indien het belastbaar feit aan een aantal criteria voldoet, te weten: het verrichten van een dienst door een onderneming in het kader van zijn onderneming (art. 1 Wet OB). De kernvraag die een vriendenorganisatie zich moet stellen, omvat daarom twee belangrijke aspecten:
1. verleent de organisatie een (belastbare) dienst?
2. is de organisatie een onderneming?
Dienstverlening
Een belastbare dienst is een prestatie (niet zijnde een levering van goederen), mits tegen vergoeding verricht (art. 4 Wet OB).
De belastinginspecteur heeft met betrekking tot enkele vriendenorganisaties vastgesteld dat zij prestaties verrichten. In concreto ging het hier om het bieden van gratis
(of goedkoper) toegang tot het 'achterliggende' museum.
De belastinginspecteur heeft voorts gesteld dat de vriendenorganisaties deze prestaties tegen vergoeding verrichten. De bijdragen van de leden van de vriendenorganisatie (ongeacht of deze onder de noemer 'contributie', 'lidmaatschapsgeld' of anderszins worden verkregen) kunnen, naar visie van de inspecteur, (geheel of gedeeltelijk) worden beschouwd als 'vergoeding' voor de prestatie 'gratis entree'.
Onderneming
Een vriendenorganisatie zal zich in het algemeen geen onderneming voelen. Art. 7 Wet OB formuleert echter het begrip 'ondernemer' tamelijk ruim. De in ons kader meest belangrijke aspecten om als 'ondernemer' te worden aangemerkt, zijn:
a. er moet sprake zijn van geregeld deelnemen aan het maatschappelijk verkeer;
b. door middel van een organisatie van kapitaal en arbeid;
c. waarmee duurzaam maatschappelijke behoeften worden bevredigd.
Dat de punten b. en c. van toepassing zijn op vriendenorganisaties behoeft geen betoog. Echter, ook punt a. is naar visie van de belastingdienst al snel aan de orde; in het bijzonder als gratis entree naar het achterliggende museum wordt verzorgd, treedt de vriendenorganisatie daarmee in het maatschappelijk verkeer en wordt zij dus ondernemen en daardoor omzetbelastingplichtig.
(Ten overvloede merken wij op dat 'winststreven' niet van belang is voor de definitie van ondernemerschap in het kader van de Wet OB. Daarin wordt dus geen 'ontsnapping' gevonden voor onze vriendenorganisaties.)
Wat zijn de consequenties van omzetbelastingplicht voor een vriendenorganisatie?
De eerste consequentie van omzetbelastingplicht voor een vriendenorganisatie is dat zij de contributie (hoe dan ook genoemd) die de leden/ donateurs aan de vriendenorganisatie dienen te betalen, in rekening brengt door middel van facturen die aan daaraan te stellen eisen voldoen; het gaat hier met name om het expliciet zichtbaar maken van de omzetbelasting op de factuur. Werd bv. € 50 per periode in rekening gebracht, dan dient dit feitelijk op de factuur zichtbaar te worden gemaakt als '€ 42,02 plus 19% omzetbelasting € 7,98 dus in totaal € 50'.
Periodiek dient vervolgens aangifte Omzetbelasting te worden gedaan waarbij (in het voorbeeld) de € 7,98 wordt afgedragen. Hierdoor dalen dus de netto opbrengsten voor uw vriendenorganisatie met bijna 16%!
Bij het doen van deze aangifte mag vervolgens de door de vriendenorganisatie aan leveranciers betaalde omzetbelasting in aftrek worden gebracht. Als voorwaarde geldt dat de voorbelasting in rekening is gebracht d.m.v. een op de voorgeschreven wijze opgemaakte factuur.
Gemengde prestaties
Het is goed denkbaar dat de vriendenorganisatie deels belaste prestaties verricht
(bv. gratis toegang) en deels onbelaste prestaties verricht (nl. prestaties die niet in het maatschappelijk verkeer worden verricht).
Is dit het geval, dan leidt dit aan de 'verkoopzijde' (contributies) tot omzetbelastingheffing naar rato, terwijl aan de 'inkoopzijde' (leveranciers) slechts de omzetbelasting in aftrek mag worden gebracht die samenhangt met de omzetbelastingplichtige prestaties.
De regels voor splitsing komen er op neer dat de verhouding tussen het totaal van de vergoedingen voor belaste prestaties en het totaal van de vergoeding voor alle prestaties bepalend is voor het gedeelte van de voorbelasting dat in aftrek wordt gebracht.
Verkoop van goederen
De verkoop van goederen en exploitatie van horeca zijn in beginsel belaste activiteiten. Echter, vriendenorganisaties die (mede) door de verkoop van goederen gelden bijeenbrengen teneinde daarmee door musea te verrichten activiteiten te financieren, kunnen een vrijstelling voor fondswervende activiteiten toepassen. Het Ministerie van Financiën hanteert hiervoor per 4 augustus 1999 de volgende voorwaarden:
· de verkoop van goederen op het publiek is gericht is en geen doorlopend of langdurig
karakter heeft;
· de verkoop een fondswervend karakter heeft;
· het publiek zich bewust is van het fondswervend karakter;
· de primaire activiteiten van de begunstigde instelling zijn vrijgesteld van de heffing van
omzetbelasting.
De vrijstelling kan met ingang van 4 augustus 1999 alleen nog toepassing vinden als de begunstigde instelling primair niet onderworpen is aan de heffing van omzetbelasting. Veelal zal deze vrijstelling ten aanzien van vriendenorganisaties geen toepassing meer kunnen vinden. indien de begunstigde instelling een museum is, een museum verricht namelijk hoofdzakelijk belaste activiteiten.
Contributies
Contributies van vriendenorganisaties zullen in het algemeen niet aan omzetbelasting zijn onderworpen, omdat er geen direct verband zal kunnen worden onderkend tussen de contributie en de jegens de leden verrichte prestaties. Over giften is geen omzetbelasting verschuldigd.
Ledenbladen
Het uitgeven van een ledenblad ter informatie van de leden over de eigen activiteiten van de vriendenorganisatie, kan buiten de BTW-heffing blijven, mits de primaire activiteiten van de vriendenorganisatie zijn vrijgesteld of niet zijn belast en het verzorgen van deze uitgave een bijkomstige activiteit is in het totaal van hetgeen de vriendenorganisatie tegenover de leden doet.
Ons advies
In het geval uw vriendenorganisatie zich, bijvoorbeeld na het lezen van dit artikel, afvraagt of de omzetbelastingplicht van toepassing is, kunnen wij slechts adviseren ter zake in overleg te treden met de belastinginspectie. Het is beter vooraf overeenstemming te hebben over omzetbelastingplicht en daarmee bij het begroten van kosten en opbrengsten rekening te houden dan achteraf met onverwachte heffingen te worden geconfronteerd.
Of de belastingdienst vele jaren in de geschiedenis terug zal gaan om alsnog te heffen, is niet voorspelbaar maar de ervaring leert dat open kaart spelen vaak leidt tot een redelijke opstelling van de fiscus.
Indien u, na overleg met de belastingdienst, inderdaad wordt geconfronteerd met omzetbelastingplicht, zal e.e.a. vanzelfsprekend invloed hebben op uw financiële administratie. Elk financieel pakket biedt echter eenvoudig te gebruiken mogelijkheden voor het administreren van 'verkoop-' en 'inkoop-omzetbelasting' en zal daardoor een basis vormen voor de te verzorgen aangiften.
2. Vennootschapsbelasting
Algemeen
In het algemeen zijn ondernemingen die worden uitgeoefend in de vorm van een N. V. of een B.V., onderworpen aan de vennootschapsbelasting. Deze belasting wordt geheven naar de winst. Verenigingen en stichtingen komen in beginsel in aanraking met vennootschapsbelasting wanneer de vereniging of stichting een onderneming uitoefent.
Vriendenorganisaties
De Vriendenorganisaties hebben meestal de rechtsvorm van een stichting of vereniging. Voor de meeste vriendenorganisaties geldt dat de primaire activiteiten zijn gericht op fondsenwerving en niet op het drijven van een onderneming. Deze organisaties zijn derhalve niet belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting.
Voor de vriendenorganisaties die optreden als ondernemer, bijvoorbeeld door de exploitatie een winkel of een horecagelegenheid, kunnen worden aangemerkt als een onderneming die belastingplichtig is voor de vennootschapsbelasting. De bepaling van de belastbare winst is in hoofdlijnen gelijk aan de wijze waarop de winst op grond van bedrijfseconomische principes wordt bepaald.
Vrijstelling
De vennootschapsbelasting voorziet in een vrijstelling van vennootschapsbelasting voor rechtspersonen bij welke behartiging van een algemeen maatschappelijk belang op de voorgrond staat en het streven naar winst, hetzij geheel ontbreekt, hetzij van bijkomstige
betekenis is. Bij de beantwoording van de vraag of de behartiging van een algemeen maatschappelijk belang op de voorgrond staat, dient te worden gelet op de statutaire omschrijving van het doel en op de wijze waarop een rechtspersoon dat doel blijkens de feitelijke werkzaamheden pleegt (of tracht) te bereiken.
Van musea kan in het algemeen gesteld worden dat de behartiging van het algemeen belang op de voorgrond staat. Zij zullen dus meestal in aanmerking komen voor deze vrijstelling. Het is minder duidelijk of bij vriendenorganisaties ook het algemeen belang op de voorgrond staat. Dit zal van geval tot geval moeten worden beoordeeld.
Vorming van reserves
Per 1 januari 2001 is voor lichamen zonder aandeelhouders of deelgerechtigden (zoals stichtingen en verenigingen) waarbij een algemeen maatschappelijk of sociaal belang op de voorgrond staat, de zogenaamde herbestedingsreserve ingevoerd.
De herbestedingsreserve maakt het mogelijk om eventuele winsten die de vrijstelling voor algemeen belang instellingen overtreffen, buiten de heffing van vennootschapsbelasting te houden. De reserve mag slechts worden gevormd indien het voornemen bestaat om in het lopende jaar of in de volgende drie jaren specifiek genoemde kosten te maken.
Deze faciliteit zal met name uitkomst kunnen bieden in situaties waarbij het winstverloop grillig is. In zogenoemde piekjaren zal door gebruik te maken van deze faciliteit een bepaald gedeelte van de winst kunnen worden gereserveerd voor in latere jaren te maken kosten.
3. Loonbelasting, premies volksverzekeringen en premies werknemers-verzekeringen
Algemeen
Beloningen kunnen onderworpen zijn aan de heffing van loonbelasting en premies volksverzekeringen. Gezamenlijk worden deze heffingen de loonheffing genoemd. De loonheffing wordt geïnd door de fiscus.
Bij beloningen en onkostenvergoedingen die vriendenorganisaties aan hun medewerkers verstrekken, dient onderscheid te worden gemaakt tussen werknemers in loondienst, vrijwilligers en bestuurders. De werknemers zullen een salaris ontvangen, terwijl de bestuurders en de vrijwilligers in de regel alleen een onkostenvergoeding zullen ontvangen.
Werknemers
Juridisch gezien zijn werknemers belasting- en premieplichtig voor de loonheffing en de premies. Werknemer is globaal gesproken diegene die een dienstbetrekking heeft met een werkgever. De werkgever houdt de loonheffing in op het loon van de werknemer.
Er is sprake van een privaatrechtelijke dienstbetrekking indien op basis van een overeenkomst tussen de werkgever en de werknemer een gezagsverhouding bestaat, waarbij de werkgever verplicht is om loon te betalen en de werknemer verplicht is om gedurende zekere tijd arbeid te verrichten.
Vrijwilligers
Aan vrijwilligers betaalde vergoedingen blijven buiten de loonheffing indien aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. De vergoedingen zijn aan maximale bedragen gebonden. Daarnaast is een voorwaarde dat de betalende rechtspersoon niet is onderworpen aan de vennootschapsbelasting.
Van de vrijwilligersregeling kan geen gebruik worden gemaakt indien sprake is van een fictieve dan wel een echte dienstbetrekking.
Het spreekt vanzelf dat indien de werkelijke kosten hoger zijn, deze werkelijke kosten belastingvrij mogen worden vergoed. In een dergelijk geval verdient het wel aanbeveling om die kosten slechts op basis van afzonderlijke declaraties gestaafd met bescheiden te vergoeden.
Bestuurders
Tussen bestuurders en de vereniging ontbreekt in de regel een gezagsverhouding, zodat geen sprake is van een dienstbetrekking. In dat geval komt heffing van loonheffing en premies in principe niet aan de orde. Zoals hiervoor vermeld kan in een dergelijke situatie wel geopteerd worden voor het loonbelasting regime.
Dit is slechts anders indien bestuurders taken verrichten die normaliter door betaalde krachten worden gedaan en waarvoor ook de bestuurder een vergoeding ontvangt. Dan zal de vergoeding van de bestuurder op gelijke wijze, dus zonder gebruik te maken van de optie mogelijkheid, als de vergoeding van een werknemer worden belast.
Hogere vergoedingen
Indien een bovenmatige vergoeding wordt betaald, verstrekt het museum of de vriendenorganisatie met het meerdere feitelijk een beloning voor werkzaamheden. Daarover dient in beginsel loonbelasting en premies werknemersverzekeringen te worden ingehouden indien sprake is van een dienstbetrekking. Uit praktische overwegingen heeft de staatssecretaris van Financiën goedgekeurd dat de arbeidsverhouding van de vrijwilliger niet als een dienstbetrekking wordt beschouwd. Aan deze goedkeuring heeft hij de voorwaarde verbonden dat het lichaam de verstrekte vergoeding jaarlijks aan de inspecteur doorgeeft met het formulier "Opgaaf van uitbetaalde bedragen aan een derde". Als het lichaam niet voldoet aan deze verplichting vervalt de goedkeuring en zal van geval tot geval moeten worden beoordeeld of sprake is van een dienstbetrekking.
De goedkeuring geldt niet voor de situatie dat de arbeidsverhouding van de vrijwilliger is aan te merken als een fictieve dienstbetrekking.
4. Schenkingen en testamentaire makingen aan musea en vriendenorganisaties
Successie- en schenkingsrecht
Giften aan musea en vriendenorganisaties kunnen plaatsvinden in de vorm van schenkingen en testamentaire makingen. Daarnaast is sponsoring steeds vaker een bron van inkomsten voor deze instellingen. In dit deel wordt ingegaan op de heffing van
schenkingsrecht en successierecht met betrekking tot deze inkomsten. Bovendien wordt ingegaan op de mogelijkheden voor particulieren en bedrijven om giften fiscaal in aftrek te brengen.
Schenkingen aan musea en vriendenorganisaties zijn in beginsel belast met schenkingsrecht, testamentaire makingen met successierecht.
Aangezien er voor beide heffingen vrijstellingen bestaan. worden verkrijgingen niet steeds daadwerkelijk in de belastingheffing betrokken. Ook de mogelijkheid van kwijtschelding van deze heffingen biedt soms een uitkomst om belastingheffing te voorkomen. Hierna wordt ingegaan op enige successie- en schenkingsrecht aspecten die een rol spelen bij musea en vriendenorganisaties.
Schenkingen
Schenkingen verkregen van in Nederland woonachtige particulieren en bedrijven zijn in beginsel belast voor het schenkingsrecht. Daar staat tegenover dat giften voor de schenkende particulieren en bedrijven onder voorwaarden aftrekbaar zijn voor de inkomstenbelasting dan wel de vennootschapsbelasting.
Voor het schenkingsrecht worden twee soorten schenkingen onderscheiden. Allereerst zijn er de zogenaamde formele schenkingen. Daarvan is sprake als een schenker zich verbindt zonder tegenprestatie uit vrijgevigheid een bepaald goed [bijvoorbeeld een schilderij of een som geld) aan een ander te geven. Sommige goederen (zoals onroerende zaken) kunnen alleen bij notariële akte worden geschonken. Andere goederen (bijvoorbeeld toonder-effecten, geld of kunstvoorwerpen) kunnen ook "van hand tot hand" worden geschonken.
De tweede schenkingsvorm is de zogenaamde materiële schenking. Hieronder worden verstaan alle situaties waarin men de ander bevoordeelt uit vrijgevigheid zonder dat sprake is van een formele schenking. Wanneer bijvoorbeeld een schilderij ter waarde van € 20.000 wordt verkocht voor € 15.000 is zodoende sprake van een (materiële) schenking van € 5.000.
Specifieke vrijstellingen voor aangewezen Musea
Sinds 1 januari 1997 zijn in de Successiewet specifieke vrijstellingen van successie- respectievelijk schenkingsrecht voor musea opgenomen. Deze vrijstellingen gelden bij een verkrijging door een door de Minister van Financiën, na overleg met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, aangewezen museum waarvan de collectie van nationaal of regionaal cultureel belang is, of een steunstichting van dat museum, voor zover aan de verkrijging niet een opdracht is verbonden welke aan de verkrijging het karakter ontneemt van te zijn geschied in het algemeen belang. Onder omstandigheden kan het voorgaande ook gelden voor steunstichtingen van musea.
Verkrijgingen door aangewezen musea en steunstichtingen zijn geheel vrijgesteld van successie- respectievelijk schenkingsrecht.
Verzoek om aanwijzing
Een verzoek om aanwijzing dient te worden gericht aan de Belastingdienst Ondernemingen 's-Hertogenbosch, (Postbus 70505, 5201 CG). Het verzoek dient vergezeld te gaan van ten minste de volgende bescheiden:
. Statuten;
. Financiële jaarstukken over de afgelopen twee jaren;
. Jaarverslagen over de afgelopen twee jaren;
Uit de vorenbedoelde stukken dient te blijken dat het museum een binnen Nederland gevestigde permanente culturele of wetenschappelijke instelling is die het algemeen nut beoogt en niet is gericht op het maken van winst, terwijl het een collectie van nationaal of regionaal cultureel belang heeft, welke in de regel kosteloos of tegen een matige toegangsprijs ter bezichtiging van het publiek staat, dan wel dat de steunstichting een binnen Nederland gevestigde stichting is die ten doel heeft één of meer aangewezen musea te ondersteunen door onder meer het bijeenbrengen van gelden ten behoeve van die musea en die deze gelden daadwerkelijk geheel of nagenoeg geheel aanwendt ten behoeve van of ter beschikking stelt aan die musea.
Wat is een algemeen nut beogen de instelling?
Bij de beoordeling of een instelling het algemeen belang beoogt, is het niet voldoende als in de statuten van de instelling staat dat zij een algemeen belang nastreeft. De instelling moet met haar feitelijke werkzaamheden daadwerkelijk het algemeen belang dienen. De werkzaamheden van de instelling hoeven overigens niet uitsluitend het algemeen belang te dienen, maar mogen ook (mede) een particulier belang dienen. Zodra echter het belang van de leden overweegt, zal de instelling niet als "algemeen nut beogend" worden aangemerkt. Bedacht dient te worden dat algemeen belang staat tegenover particulier belang, niet tegenover een beperkt maatschappelijk belang. Ook als het algemeen belang dat wordt gediend wellicht klein is, sluit dit niet uit dat een instelling "algemeen nut beogend" is.
Vrijstellingen
Er geldt een vrijstelling bij verkrijgingen door algemeen nut beogende instellingen. Deze vrijstellingen zijn niet van toepassing als aan de verkrijging een opdracht is verbonden die aan de verkrijging het algemeen belang karakter ontneemt. Op verkrijgingen van verschillende schenkers of erflaters is de vrijstelling telkenmale van toepassing.
Ook voor de toepassing van de vrijstelling geldt dat schenkingen van dezelfde schenker aan dezelfde begiftigde binnen een periode van 24 maanden moeten worden samengeteld.
Testamentaire makingen
Onder testamentaire makingen worden verstaan erfstellingen en legaten. Er is sprake van een erfstelling indien een erfgenaam een bepaald gedeelte van een nalatenschap ontvangt. Een voorbeeld van een erfstelling is de bepaling in een testament dat een erfgenaam een helft van de nalatenschap erft. Ook een museum of een vriendenorganisatie kan bij testament tot erfgenaam worden benoemd.
Van een legaat spreekt men indien krachtens testament een bepaald goed uit een nalatenschap wordt verkregen. Zo kan bijvoorbeeld een pand, een schilderij of een som geld bij testament worden gelegateerd aan een museum of vriendenorganisatie.
Erfstellingen en legaten verkregen van in Nederland woonachtige personen. zijn onderworpen aan het Nederlandse successierecht.
Soms zijn ook legaten van in het buitenland woonachtige personen aan in Nederland gevestigde instellingen in Nederland belast. Op de complexe fiscale gevolgen van schenkingen en legaten door buitenlanders wordt hier verder niet ingegaan.
Schenkingen door algemeen nut beogende instellingen
Schenkingen door algemeen nut beogende instellingen zijn vrijgesteld van schenkingsrecht, voor zover het betreft uitkeringen in overeenstemming met de statuten, het reglement of de stichtingsbrief van de instelling. De vrijstelling geldt niet als aan de schenking een last is verbonden die in strijd is met het algemeen belang.
Indien een vriendenorganisatie kwalificeert als een algemeen nut beogende instelling, zijn schenkingen van die vriendenorganisatie aan een museum derhalve in principe vrijgesteld van schenkingsrecht.
Algemeen Nut Beogende Instellingen
Samenvatting lezing tijdens de bijeenkomst in het Gevangenismuseum te Veenhuizen, voorjaar 2009
De fiscale aspecten van fondsenwerving zijn niet onbelangrijk. Vanzelfsprekend is het voor de instelling van belang dat er zo min mogelijk schenkings- en successierechten worden geheven. Immers, hoe meer van deze rechten aan de belastingdienst afgedragen moeten worden, des te minder blijft er voor het fonds over. Voor een particulier die schenkt, is van belang of deze de gift van het belastbare inkomen kan aftrekken. Als de belastingdienst bijdraagt aan het geven, zal de particulier beter in staat zijn om meer te geven. Hieronder zal worden ingegaan op de fiscale aspecten van de fondsenwerving.
De algemeen nut beogende instelling (ANBI) is voor de fiscale aftrek en de schenkingen successierechtenvrijstelling erg van belang. Indien instelling als ANBI is gerangschikt gaat de wereld van fiscale faciliteiten voor deze instelling open. Allereerst zijn schenkingen aan een ANBI in principe aftrekbaar van het belastbare inkomen. Daarnaast worden over de schenkingen en legaten geen schenkings- of successierechten geheven. Culturele instellingen die eigendom zijn van de overheid betalen in principe geen belasting. Desondanks dienen deze instellingen zich ook te registeren. Alleen dan is de fiscale aftrek bij de particulier gewaarborgd.
Waar moet de ANBI aan voldoen? De ANBI dient bij de belastingdienst te zijn geregistreerd
De ANBI-status bewerkstelligt dat schenkingen en legaten door de instelling belastingvrij ontvangen kunnen worden. Overigens is er voor schenkingen tot € 2.734 zonder ANBI-status een vrijstelling. Boven dit bedrag, zal het bedrag echter volledig belast zijn. De heffing start met 41% heffing, Voor legaten aan instellingen zonder ANBI-status is er een vrijstelling van € 1.946.
Uit het voorgaande blijkt de ANBI-status van een instelling van groot belang is. In de praktijk komt het nog wel eens voor dat een particulier al dan niet uit onwetendheid een bedrag nalaat aan een culturele instelling die niet de ANBI-status heeft. Dit betekent voor de instelling dat deze over het legaat in principe belasting moet afdragen aan de belastingdienst.
Uit eigen onderzoek is gebleken dat een groot aantal vriendeninstellingen van culturele instellingen niet als ANBI geregistreerd is. Het verdient aanbeveling om na te gaan of de instelling daadwerkelijk geregistreerd staat. Verder valt op dat het particulieren niet altijd makkelijk wordt gemaakt bij het ondersteunen van de culturele instellingen. De drempel om een instelling te ondersteunen, kan worden verlaagd door onder andere op de website informatie te verstrekken over de fiscale mogelijkheden. Een goed voorbeeld hiervan is te vinden op de website van het Openluchtmuseum.
http://www.openluchtmuseum.nl/index.php?pid=733
http://www.belastingdienst.nl/giften/anbi_zoeken/
|